De Zuidplaspolder
Droogmakerij
Al in de zeventiende eeuw waren er (particuliere) initiatieven tot droogmaking van de Zuidplas, maar steeds bleken de financiële risico's te hoog. In 1816 gaf koning Willem I de Waterstaatsdienst opdracht voor een nieuw plan. Omdat de koning ook voor de financiering zorgde, kan de Zuidplaspolder worden beschouwd als de eerste staatspolder. Ingenieur J.A. Beijerinck was verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering. Zijn plan was vooral gericht op een zo efficiënt mogelijke afwatering.
Afwatering
In de Zuidplaspolder is ook - en voor het eerst - gebruik gemaakt van 'hulpstoomvermogen'. Deze technische vernieuwing had nog maar weinig effect op de ruimtelijke inrichting van de polder, aangezien molengangen en boezems onontbeerlijk bleven. Beijerinck paste de afwateringskanalen, samen met de polderwegen, in een orthogonale hoofdstructuur en liet de nieuwe polderwegen een verbinding maken tussen de dorpen rondom de Zuidplas.Verstedelijking
Lange tijd was de polder vooral een agrarisch gebied. Inmiddels hebben ook andere functies bezit genomen van het landschap, waardoor een rommelig beeld is ontstaan. In het noordelijk deel is steeds meer glastuinbouw gekomen en de hoofdindeling van de polder is doorsneden door spoorwegen, snelwegen en bedrijventerreinen. Vijf van de zes gemeenten hebben de afgelopen decennia in de polder hun bebouwing uitgebreid. Door de druk van de verstedelijking is de leegte van de polder erg verleidelijkSpoor
Een prentbriefkaart van het station Zevenhuizen-Moerkapelle, gezien uit het oosten. Het derde spoor (rechts langs het perron) is nog niet aangelegd. De foto is daarom van voor 1914.